Vervolg
VOS-ABB ITS Verhouding schooldirecties en bovenschools management
5 Samenvatting en conclusies
5.1 Samenvatting
Met de komst van lumpsumfinanciering zijn besturen per 1 augustus 2006 verplicht een managementstatuut te hebben. Daarin moet precies in beeld zijn gebracht hoe taken en bevoegdheden binnen de gehele besturingskolom verdeeld zijn. In dit onderzoek hebben we gekeken naar de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling in het primair onderwijs tussen bovenschools managers enerzijds en schoolleiders anderzijds.
Het onderzoek is rond de zomer van 2006 uitgevoerd. Middels een webenquête hebben we alle besturen voor primair onderwijs met vier scholen of meer bevraagd en (een deel van de) schoolleiders binnen deze besturen. In totaal vulden 237 bovenschools managers de vragenlijst in en 641 schoolleiders. De respons ligt daarmee op respectievelijk 40 en 28 procent en is representatief voor de hele populatie (= besturen met 4+ scholen).
Organisatie bovenschools management
In zo’n 90 procent van de besturen met vier scholen of meer is een bovenschools manager in dienst. Dat percentage neemt toe naarmate besturen meer scholen onder zich hebben. Vrijwel alle besturen met meer dan 7 scholen hebben een bovenschools manager en de invoering van het bovenschools management als zodanig is sinds 2006 zo goed als voltooid. Een meerderheid van de besturen heeft zich georganiseerd als een zogenaamd ‘bestuur op hoofdlijnen’, waarbij het bestuur de kaders aangeeft waarbinnen de managers de vrijheid hebben om beleid te maken. Zo’n 20 procent omschrijft zich als toezichthoudend bestuur, 10 procent volgt het raad-van-toezichtmodel, 5 procent beschrijft zich als beleidsvormend bestuur en slechts 2 procent als uitvoerend bestuur. In de meerderheid van de besturen wordt niet gewerkt met clusterdirecteuren, vanwege het kostenaspect en het hechten aan niet te veel managementlagen.
Verdeling van taken en verantwoordelijkheden
De taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is kort gezegd uiteen te leggen in meer schoolspecifieke taken die bij de schoolleider liggen (werving en selectie schoolpersoneel, onderwijsinhoudelijk beleid, aanschaf leermiddelen e.d.) en zaken die efficienter georganiseerd kunnen worden als ze bovenschools opgepakt worden (risicomanagement, personeelsadministratie, salarisadministratie, huisvesting, vertegenwoordiging naar buiten e.d.). Een aantal taken wordt nog niet eenduidig door één partij uitgevoerd (meerjarenplanning, wsns samenwerkingsverbanden, ict-systeembeheer, formatieplan). Er zijn eigenlijk weinig taken meer die uitsluitend bij het bestuur gedefinieerd liggen, hooguit nog in kleine mate fusiebesprekingen en het benoemen, schorsen en ontslaan van schooldirectie, maar ook die taken komen meer en meer (gedeeltelijk) bij het bovenschools management te liggen.
Verandering
De invoering van bovenschools management heeft zowel inhoudelijk als qua belasting verandering gebracht in het takenpakket van de schoolleider. De grootste inhoudelijke verandering is het feit dat er meer beheerstaken bovenschools zijn geregeld, waardoor schooldirecteuren zich meer kunnen richten op onderwijsinhoudelijk management.
Kijken we naar verandering in de belasting dan zien we puur qua aantal directietaakuren geen wezenlijke verandering. Wel vindt ook hier een verschuiving plaats. Een schooldirecteur vat het als volgt samen: “zwaarder geworden door de vele planlast en overleg op bovenschools niveau, lichter geworden door de toename van solidariteit”.
Inspraak
Ongeveer tweederde van de schoolleiders geeft aan inspraak te hebben gehad bij de totstandkoming van de verdeling van taken en verantwoordelijkheden. Bovenschools managers gaven inzicht in het hele traject van totstandkoming. In grote lijnen is het zo gegaan dat bovenschools management en schooldirectie de verdeling hebben opgesteld, de GMR ermee heeft ingestemd en het bestuur heeft vastgesteld.
Een ruime meerderheid van zowel de schoolleiders als de bovenschools managers heeft de indruk dat de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling breed gedragen wordt.
Draagvlak
Het draagvlak voor de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is relatief groot (zie ook volgend punt). Tweederde van zowel de schoolleiders als de bovenschools managers zou er niets in willen veranderen. Een kwart zou graag dingen anders zien: er is een aantal telkens terugkomende spanningsvelden: autonomie van de schoolleider versus bundelen op bovenschools niveau. De ene schoolleider wil dat alle beleidsbeslissingen in overleg worden genomen, een andere pleit voor een meer besluitvaardiger bovenschools management.
Waardering
Schoolleiders geven het bovenschools management gemiddeld een ruime voldoende: een 7,3! Bijna 70 procent van de schoolleiders is tevreden met het feit dat er bovenschools management is. We zien het draagvlak ook terug in de waardering van het salaris van de bovenschools manager. Het overgrote deel van de schoolleiders vindt (voor zover zij daarvan op de hoogte zijn) de inschaling van hun leidinggevende ok. De helft van de bovenschools managers vinden hun salarisinschaling in vergelijking met die van de schoolleiding zelf ook prima, 35 procent vindt de eigen inschaling te laag, 5 procent zelfs veel te laag.
Ook bovenschools managers zijn tevreden over hun schoolleiders: zij krijgen eveneens een ruime voldoende: een 7,2. Bijna driekwart van de bovenschools managers mist echter wel bepaalde competenties bij de schoolleiding: ondernemerschap, competenties om te participeren in processen van collectief leren, strategisch/planmatig/beleidsmatig werken en denken, bovenschools denken, en/of financieel management. De schoolleider is (nog) geen manager…
Is het nou leuker geworden?
Eenderde van de schoolleiders vindt het eigen werk met de komst van bovenschools management leuker geworden (ter vergelijking: 10% vindt het minder leuk, 40% vindt het onveranderd leuk). Leuker door de samenwerking en uitwisseling met collega’s en de verplaatsing van een aantal (beheers)taken naar de bovenschools manager.
Minder leuk is de gegroeide verantwoordingsdruk en de afgenomen autonomie. Opmerkelijk: meer dan 70 procent van de bovenschools managers meent dat schoolleiders dankzij de invoering van bovenschools management meer tijd hebben gekregen voor onderwijsinhoudelijke zaken en personeel. Iets dat slechts iets meer dan 40 procent van de schoolleiders kan onderschrijven.
Overleg
Vrijwel iedereen overlegt via een directieberaad dat in doorsnee één keer per maand samenkomt. De invloed van het directieberaad is in de ogen van zowel schoolleiders als bovenschools managers groot. Ongeveer eenvijfde zou wel wat dingen willen veranderen in de wijze van overleg: meer structuur, duidelijke werkafspraken, variatie
in werkvorm en locatie, en het mag wat slagvaardiger.
Verantwoording
Bijna tweederde van de schoolleiders en bovenschools managers geeft aan dat er formele afspraken zijn gemaakt over de wijze van verantwoording: managementrapportages, jaarverslagen, leveren van kerncijfers. Daarnaast wordt er informeel verantwoording afgelegd tijdens overleg of via ad hoc aanleveren van stukken.
5.2 Conclusie
We kunnen concluderen dat de schoolleiding zeker niet ongelukkig is met het bovenschools management. De taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is voor de meeste schooldirecteuren duidelijk, voor een flink deel ook vastgelegd in een managementstatuut.
Wanneer we de rapportcijfers nader bekijken, krijgen we handvatten aangereikt voor ‘de tevreden schoolleider’. Het meest belangrijk blijkt dat schoolleiders gehoord moeten worden: wetende dat ze invloed hebben in het directieberaad, bepaalt in hoge mate de tevredenheid met het bovenschools management. Dat geldt ook voor het maken en nakomen van duidelijke afspraken aangaande taakverdeling. Het stleggen van afspraken in een managementstatuut speelt daarbij een belangrijke rol.
Ook omgekeerd is er verbetering gewenst: driekwart van de bovenschools managers mist bepaalde competenties bij hun schoolleiders, met name op het gebied van ondernemerschap, planmatig werken en financieel management. Maar over het geheel genomen, zijn bovenschools managers bepaald niet ontevreden over hun schooldirecties, gemiddeld krijgen ze een dikke zeven.
Eigenlijk kunnen we concluderen: bovenschools management - het gaat goed maar het kan nog beter!